Appendix III
Woordenlijst
Achtergrondconcentratie, achtergrondwaarde
De concentratie van een stof in een omgeving die niet door menselijk
ingrijpen is aangetast.
Basislijn
Natuurlijke en kunstmatige lijnen om de zeewaartse begrenzing
van de kustwateren en de omvang van de territoriale wateren te
berekenen. Het is de laagwaterlijn langs de kust en een kunstmatige
lijn in het gebied van zeearmen, estuaria of tussen de eilanden.
De basislijn is vastgelegd in het VN-Zeerecht uit 1982 (artikel
3 - 16).
Belanghebbenden
Alle personen, instellingen, organisaties, bureaus, departementen,
autoriteiten, clubs, verenigingen etc. die, in de breedste zin,
belang hebben bij of betrokken zijn in een bepaalde zaak.
Benthos
Het totale aantal organismen levend in of op de zeebodem.
Best beschikbare techniek
De meest recente ontwikkelingsfase van processen, faciliteiten
of methoden om lozingen en uitstoot van afval te beperken, die
in de praktijk ook haalbaar is.
Beste milieuveilige handelswijze
De toepassing van de meest geschikte (combinatie van) milieubeheersmethoden
en strategiën (OSPAR-Verdrag 1992, Bijlage I).
Bioaccumulatie
De ophoping in een organisme, hoofdzakelijk in de zachte delen
als lever en spieren, maar ook in de harde delen (botten etc.),
van stoffen (bijvoorbeeld zware metalen, pesticiden) door passieve
of actieve opname uit het water.
Biotoop
Een door bepaalde fysieke condities gekenmerkt gebied, waarin
verschillende soorten en populaties in onderlinge samenhang leven.
Boorgruis
Materiaal dat ontstaat tijdens het boorproces, bijvoorbeeld stukjes
steen, zand etc gemengd met boorspoeling (zie boorspoeling).
Boorvloeistof
Vloeistoffen die tijdens het boorproces worden gebruikt om de
boorbeitel te koelen en het slijpsel naar boven te halen. Boorspoeling
is op water- of oliebasis en bevat verschillende andere onderdelen
zoals bijvoorbeeld zware metalen, bentoniet, anorganische zouten,
surfactanten, organische polymeren, reinigingsmiddelen, roestwerende
middelen, biociden, smeermiddelen in de vorm van olie-water emulsies.
Boorspoeling op oliebasis
Zie boorspoeling.
Boorspoeling op waterbasis
Zie boorspoeling.
Brakwatergrens
Grens tussen zeewater en zoetwater in estuaria. De hydrografische
brakwatergrens is 0.5 PSU (practical salinity unit, het promillage
zoutgehalte).
Broedresultaat
Het aantal volwassen jonge vogels per jaar en broedpaar. Niet
te verwarren met "broedsucces", hetgeen het aantal uitgekomen
vogels uit alle eieren betekent en "uitvliegsucces"
hetgeen betekent het aantal jonge volwassen vogels dat is uitgevlogen
van het totale aantal uitgekomen vogels.
Buitendelta
Buitendelta's zijn zandbanken onder water aan de buitenzijde (Noordzeezijde)
van de zeearmen tussen de eilanden. Ze worden ook ebdelta's genoemd
omdat ze bij eb ontstaan als het water van de Waddenzee door de
zeegaten naar Noordzee stroomt. Het zand, dat met het uitstromende
water wordt meegevoerd, wordt aan de Noordzeezijde van de zeearm
afgezet in de vorm van een boog.
Bijvangst
Organismen die tijdens het vissen worden gevangen en onder de
maat zijn of niet tot de doelsoort behoren. Als deze in zee worden
teruggeworpen worden ze "discard" genoemd.
Co-management
Co-management houdt in de betrokkenheid van de belangengroepen
bij het formuleren en implementeren van besluiten over bijvoorbeeld
het beheer van visvoorraden. Het bestaat uit overleg en delegatie;
overleg tussen de centrale overheid en de gebruikersgroepen over
inhoudelijke aspecten van beheerstrategieën, en de delegatie
van specifieke beheertaken aan de daarvoor verantwoordelijke gebruikersgroepen.
(Verslag van het Seminar over Co-management, gehouden op 9 en
10 januari 1997 te Groningen, NL).
Diepwaterroute
Speciale routes met een internationale status die zijn vastgelegd
ten behoeve van schepen met een grote diepgang en schepen die
grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen vervoeren.
Discards (teruggeworpen organismen)
Bijvangsten die in zee worden teruggegooid.
Draagvleugelboot
Boot/vaartuig met constructies (platen of vinnen) die, als de
boot in beweging is, de kiel uit het water tillen waardoor de
weerstand verminderd wordt en grotere snelheden kunnen worden
bereikt.
Duurzaam gebruik
Het gebruik van biologische materialen op een wijze, en in een
frequentie, die niet leidt tot aantasting op langere termijn van
biologische diversiteit, waardoor het mogelijk blijft om aan de
behoeften en wensen van de huidige en toekomstige generaties te
voldoen (Conventie inzake Biologische Diversiteit, 1992).
Ecologische draagkracht
De maximale populatie van een organisme die in een bepaalde omgeving
kan bestaan.
Ecosysteem
Natuurlijk functionerende eenheid, of natuurlijke en abiotische
compartimenten die een onderlinge wisselwerking met elkaar hebben
bij de uitwisseling van energie, stoffen en informatie.
Groene strandvlakten
Strandvlakten, afgeschermd door primaire duinen, waardoor spaarzame
begroeiing mogelijk is.
Habitat
De structurele omgeving waar een soort veel of van nature voorkomt.
Havenontvangstinstallatie
Voorzieningen in havens waar olie- en chemische residuen en afval
van schepen kunnen worden ingenomen.
Herstelvermogen
Het vermogen terug te keren naar de oorspronkelijke staat (of
dynamiek) na een tijdelijke verstoring (bijvoorbeeld door natuurlijke
oorzaken of menselijk ingrijpen).
Hoog-/laagwaterlijn bij springvloed
Hoogste, respectievelijk laagste waterlijn bij springvloed (die
veroorzaakt wordt door het samenkomen van de aantrekkingskracht
van zon en maan bij volle en nieuwe maan).
Inheemse Waddenzeesoorten
Soorten die van nature al lang in de Waddenzee voorkomen (in tegenstelling
tot niet-inheemse soorten die door de mens zijn geïntroduceerd
of niet lang geleden naar het gebied zijn geïmmigreerd.
Isohaline
Een lijn op een kaart die (op een bepaald moment) punten met een
gelijk zoutgehalte verbindt.
Dieptelijn
Een lijn op een kaart die punten van gelijke diepte (onder zeeniveau)
verbindt.
Kombergingsgebied
Systeem van geulen en droogvallende tussen twee wantijen, dat
zich uitstrekt van de dijk tot ongeveer de 20 meter dieptelijn
in zee (zie ook wantij).
Milieu-effect rapportage
Uitgebreid onderzoek naar de mogelijke ecologische effecten van
projecten en maatregelen.
Operationele lozing
Lozing van olie, afval en schadelijke stoffen door schepen tijdens
normale werkzaamheden (in tegenstelling tot opzettelijke lozingen).
Gereguleerd door de MARPOL Conventie.
Permanent onder water gelegen gebieden
Kustgebied beneden de laagwaterlijn bij springvloed dat altijd
onder water ligt (sublittoraal).
Pionierszone
Overgangsgebied tussen wad en kwelder, gelegen tussen hoog- en
laagwaterpeil bij halftij, waar Salicornia (zeekraal) en
soms verspreide Spartinapollen (slijkgras) de dominerende
plantensoorten zijn.
Primaire duinen
Door de wind gevormde zandophopingen (tot 1 meter hoog), niet
of slechts spaarzaam begroeid met voornamelijk biestarwegras (Elymus
farctus). Primaire duinen vormen het voorstadium van de ontwikkeling
van secundaire duinen.
Primaire duinvalleien
Tussen twee duinrijen kunnen zich parallel aan het strand vochtige
duinvalleien vormen (minstens in de winter water vasthoudend;
ze kunnen geleidelijk aan steeds meer zoet water gaan bevatten,
en er kan zelfs sprake zijn van moerasvorming. Deze duinvalleien
kunnen, afhankelijk van de plaatselijke omstandigheden, zijn begroeid
met natte heide, rus- en zeggemoeras; ook kunnen er verschillende
aquatische en amfibische gemeenschappen voorkomen. Secundaire
duinvalleien ontstaan door zandverstuiving en liggen in windrichting.
Primaire productie
De vorming van levend materiaal door fotosynthese (bijvoorbeeld
van planten of plankton) of chemosynthese (bijvoorbeeld van bacteriën).
Gewoonlijk uitgedrukt in aantal gram koolstof per vierkante meter
per jaar, omdat koolstof in levende organismen veel voorkomt.
Rijshoutdammen
Zie strekdammen.
Sabellariariffen
De worm Sabellaria spinulosa vormt zandriffen van een aantal
vierkante meter. Deze soort kenmerkend voor de permanent onder
water gelegen geulen, is vrijwel geheel verdwenen. Slecht twee
Sabellariariffen zijn recent gevonden (in de buurt van
de eilanden Mellum en Anrum in Duitsland).
Samenwerking op het gebied van vogeltrekroutes
Internationale samenwerking tussen landen gelegen op de Oost-Atlantische
vogeltrekroutes van trekvogels. Deze route verbindt de broedgebieden
in het Arctische gebied met de overwinteringsgebieden in West-Europa
en West-Afrika.
Secundaire duinen
Tot 20 meter hoge duinen. Eerste stabiele fase in de ontwikkeling
van duinen met begroeiing; de overheersende soort is helmgras
(Ammophila arenaria).
Sluisregime
Bepaald schema voor het doorsluizen van zoet water naar de zee.
Staande netten
Rechthoekige netten die worden gebruikt bij de passieve visvangst;
deze netten worden verticaal in het water geplaatst.
Strekdammen
Strekdammen zijn loodrecht op of parallel aan de kustlijn aangelegde
constructies, om aanslibbing van fijnkorrelig materiaal te bevorderen
en/of om de golf en stroombewegingen te reduceren. Ze kunnen gemaakt
zijn van rijshout, steen of beton.
Stroomgebied
Het gebied waaruit een bepaalde rivier of zee zijn water betrekt,
alle neerslag in dit gebied komt uiteindelijk in een bepaalde
rivier of zee terecht.
Synergisme
Interactie tussen verscheidene componenten die elkaar versterken,
bijvoorbeeld de invloed van een combinatie van verontreinigende
stoffen op organismen.
Terp
Een natuurlijke of kunstmatig opgeworpen ophoping, of een berg
aarde. In dit geval worden door de mens opgeworpen verhogingen
bedoeld, in kustgebieden, getijdestromen en estuaria ter bescherming
tegen stormtij.
Top-predatoren
Dieren die zich met andere dieren voeden en zelf geen prooi zijn
voor andere soorten, tenzij bejaagd door de mens. Voorbeelden
in het gebied van de Waddenzee zijn zeehonden, vossen en verschillende
vogelsoorten.
Vliegroutes
Bepaalde vliegroutes waaraan luchtverkeer is gebonden (hoogte
en wijdte).
Wad
Gebied dat bij vloed regelmatig wordt overstroomd of onder water
staat.
Wantij
Wantij is het gebied tussen twee kombergingsgebieden. Het wantij
ligt hoger dan andere droogvallende platen en loopt later onder
water.
Xenobioten
Door de mens gemaakte stoffen.
Zosteravelden
Zeegrasvelden (Zostera marina en Zostera noltii).