4 Getijdegebieden
De getijdegebieden omvatten alle droogvallende
platen en permanent onder water staande gebieden. De begrenzing
aan de Noordzeekant wordt gevormd door een denkbeeldige lijn tussen
de uiteinden van de eilanden. De grenzen met de estuaria worden
bepaald door het gemiddelde van 10 promille isohaline bij hoogwater
in de winter. (Verklaring van Leeuwarden, Bijlage I).
Het getijdegebied is de meest karakteristieke habitat van de Waddenzee.
Het wordt gekenmerkt door een altijd veranderend patroon van platen
en geulen. Bij laagwater strekken de droog vallende platen zich
over ongeveer tweederde van het getijdegebied uit. De droogvallende
platen van de Waddenzee vormen het grootste aaneengesloten gebied
van slikkige platen ter wereld.
| Status |
Status
Als gevolg van de dagelijkse getijden en de open verbinding met
de Noordzee is het getijdegebied een bijzonder dynamisch gebied.
Karakteristiek zijn onder andere mosselbanken, Sabellaria-riffen
en Zostera-velden. Het getijde gebied is onderhevig aan
natuurlijke invloeden zoals strenge winters, harde stormen, veranderingen
in gemiddelde temperatuur, troebel water en parasieten. En verder
is er de invloed van de mens met onder andere visserij, bagger-
en offshore activiteiten en kustverde diging.
Bij laagwater zijn de droogvallende platen belangrijke voedsel-,
rust en/of ruigebieden voor vogels en zeehonden. De hoge biologische
produktiviteit van het getijdegebied is voor een deel ook de basis
voor de schelpdiervisserij en de mosselcultures.
Naast de visserij is de recreatie een belangrijke activiteit in
het getijdegebied, vooral wadlopen en pleziervaart.
Sommige gedeelten van het getijdegebied vormen vanaf zee de verbindingsroute
naar havens. Het beheer van deze scheepvaartroutes is van algemeen
belang en wordt op nationale basis geregeld.
| Doelen | |
|
Een natuurlijke dynamische situatie in
het getijdegebied. Een groter areaal aan geomorfologisch en biologisch ongestoorde droogvallende en permanent onder water staande gebieden. Een groter areaal aan, en een meer natuurlijke verspreiding en ontwikkeling van mosselbanken, Sabellaria-riffen en Zostera-velden. Een levensvatbare stand en een natuurlijke reproductiecapaciteit, inclusief het overleven van de jongen, van de gewone en de grijze zeehond. Gunstige omstandigheden voor trekkende en broedende vogels. |
| Evaluatie |
De natuurlijke dynamiek van het getijdegebied
is aanzienlijk beïnvloed door landaanwinning en het aanleggen
van dijken en andere kustverdedigingswerken. Dit heeft geleid
tot een flinke afname van de omvang van het kombergingsgebied.
Ook het verdiepen van de vaarroutes en zand- en gaswinning beïnvloeden
de natuurlijke dynamiek in het getijdegebied.
Het getijdegebied is sediment importerend. Daardoor kan de daling
van de zeebodem worden gecompenseerd. Door de zeespiegelstijging
als gevolg van het broeikaseffect zal waarschijnlijk in de toekomst
meer aanvoer van sediment nodig zijn. Daarnaast leidt de gaswinning
in en rond het Waddenzeegebied ook tot daling van de zeebodem
en versterkt daarmee het effect van de stijging van de zeespiegel.
De zandwinning uit de Waddenzee voor commerciële doeleinden
heeft ook een negatief effect op de zandbalans. Er bestaat een
belangrijke relatie met de kustwateren, omdat het zand hiervandaan
wordt aangevoerd. Dit zal tot gevolg hebben dat de onderwaterkust
voor de eilanden steiler wordt.
Eveneens belangrijk voor de zandbalans in de Waddenzee is het
watercirculatiepatroon, dat op zijn beurt door landaanwinnings-
en kustverdedigingswerken wordt beïnvloed.
Er zijn aanwijzingen dat inpolderingen en het verkorten van de
kustlijn hebben geleid tot het afnemen van de beschikbare hoeveelheden
fijn sediment en van de mogelijkheden tot sedi mentatie van deze
fijne sedimenten.
Verschillende menselijke activiteiten, vooral de kokkel- en mosselvisserij,
baggerwerkzaamheden en zand- en schelpwinning verstoren het sediment.
Dit kan tot leiden tot tijdelijke of structurele veranderingen
in de morfologie en biologie van het sediment, tot minder stabiel
sediment en tot meer troebeling in de waterkolom. Mosselcultures
kunnen grote gevolgen hebben voor de structuur van habitats op
droogvallende en permanent onder water staande gebieden.
Verstoringen kunnen van invloed zijn op het normale gedrag van
dieren. De feitelijke invloed hangt af van de mate en duur van
de verstoring en de periode waarin deze zich voordoet. Activi
teiten van mensen die tot verstoringen leiden en waarover trilateraal
politieke afspraken zijn gemaakt, zijn: visserij, jacht, recreatie,
scheepvaart, burgerluchtvaart, militaire activiteiten, winning
van delfstoffen en het opwekken van energie.
Een karakteristiek kenmerk van het getijdegebied van de Waddenzee
is de hoge biologische produktiviteit, de belangrijkste reden
voor het feit dat de Waddenzee een belangrijke kraam kamer is
voor Noordzeevis en dat er grote aantallen broedende en trekkende
vogels in het gebied foerageren. De schelpdiervisserij kan de
normale beschikbaarheid van voedsel voor bepaalde vogelsoorten
beïnvloeden. Dit kan gevolgen hebben voor de beschikbaarheid
van voedsel in jaren met lage schelpdierbestanden.
In de afgelopen tien jaar vond een ernstige daling plaats van
de aantallen en de omvang van mosselbanken, voornamelijk in de
Nederlandse en Neder-Saksische delen van de Waddenzee. Mosselzaadvisserij
is een belangrijke factor voor deze afname, maar ook strenge winters
en stormen spelen een rol.
Het is onduidelijk wat de hoofdoorzaken zijn van de achteruitgang
van Sabellaria-riffen en Zostera-velden.
| Hoe verder |
Binnen het kader van de trilaterale
samenwerking is een groot aantal maatregelen afgesproken om de
negatieve effecten van menselijke aanwezigheid in het gebied en
de winning van na tuurlijke en minerale grondstoffen tegen te
gaan.
In het licht van de verwachte stijging van de zeespiegel ten gevolge
van het broeikaseffect is aanvullend of gewijzigd beleid nodig
voor het beheer van het kombergingsgebied. Dit beleid moet zorgvuldig
worden afgestemd op het beleid voor de dynamische situatie in
de kustwateren, stranden en duinen, kwelders en estuaria.
Verder is een beter beheer nodig van karakteristieke habitats
in het getijdegebied, vooral van de natuurlijke mosselbanken,
Zostera-velden en Sabellaria-riffen, voor een goede
implementatie van de relevante Doelen.
Het beheer van de zeehonden in het getijdegebied is verwoord in
het Beschermings- en Beheersplan voor de Zeehondenpopulaties in
de Waddenzee 1996-2000. Dit plan zal met regel matige tussenpozen
worden aangepast en bijgesteld.
| 4.1 Trilateraal beleid en beheer |
Natuurlijke dynamiek
en kustverdediging
4.1.1 Omdat de natuurlijke dynamiek van het getijdegebied
in nauwe relatie staat met kustverdedigingsactiviteiten op het
vasteland, op de eilanden en in de kustwateren zal het toekomstige
kustverdedigingsbeleid, in principe, op deze onderlinge relatie
zijn gebaseerd.
4.1.2 In principe is het verboden om getijdegebied in te
dijken; het verlies van biotopen door kustverdedigingsmaatregelen
zal worden beperkt. Dijkversterking zal alleen plaats vinden op
de plaats van bestaande dijken en bij voorkeur aan de landzijde.
(Met verwijzing naar 3.1.7 en 5.1.6).
4.1.3 Toestemming voor kleine aanpassingen aan steigers,
pieren en andere infrastructurele voorzieningen langs de kust
van de Waddenzee zal alleen na zorgvuldige afweging van alle belangen
worden gegeven.
4.1.4 Er zal geen toestemming worden gegeven voor nieuwe
permanente bouwwerken, die de natuurlijke dynamiek in het getijdegebied
binnen het Beschermingsgebied kunnen beïnvloeden, tenzij
er dwingende redenen van groot openbaar belang zijn en er geen
alternatief kan worden gevonden.
Toestemming voor nieuwe permanente bouwwerken, die naar alle waarschijnlijkheid
significante effecten hebben op de natuurlijke dynamiek in het
getijdegebied buiten het Beschermingsgebied, zal alleen worden
verleend als er, in overeenstemming met de EG Richtlijn over milieu
effect rapportage, een milieu effect rapportage heeft plaatsgevonden.
Alle bouwwerken zullen op zo'n manier worden uitgevoerd dat de
gevolgen voor het milieu tot een minimum worden beperkt en dat
blijvende of langdurige effecten worden voorkomen en, als dit
niet mogelijk is, worden gecompenseerd.
Scheepvaart, havens
en industriële voorzieningen
4.1.5 Uitbreidingen of aanzienlijke veranderingen van huidige
haven- en industrievoorzieningen en nieuwe bouwwerken zullen op
zo'n manier worden uitgevoerd dat de milieu-effecten tot een minimum
worden beperkt en dat blijvende of langdurige effecten worden
voorkomen en, als dit niet mogelijk is, worden gecompenseerd.
In het Beschermingsgebied zijn geen nieuwe, nog goed te keuren
plannen voor bouwwerken of voor de uitbreiding of aanzienlijke
wijziging van bestaande haven- of industrievoorzieningen toegestaan,
tenzij dit om dwingende redenen van groot openbaar belang noodzakelijk
is en er geen alternatief kan worden gevonden. (Met verwijzing
naar 6.1.1).
4.1.6 Scheepvaartroutes en havens moeten worden beheerd volgens
de doelen waarvoor ze bestemd zijn; hierbij moeten negatieve effecten,
voor zover mogelijk, worden vermeden.
Baggerwerkzaamheden ten behoeve van de scheepvaart moeten zo veel
mogelijk zó worden uitgevoerd dat natuurlijke processen
gewoon kunnen doorgaan.
4.1.7 Er komen in principe geen nieuwe scheepvaartroutes
naar de havens en waddeneilan den, tenzij de huidige routes dreigen
te verdwijnen.
4.1.8 Scheepvaartverbindingen over wantij en andere routes
bestaan bij de gratie van de natuurlijke dynamiek. Zulke routes
worden, in principe, niet gebaggerd.
4.1.9 Snelheidsbeperkingen binnen het getijdegebied zijn
of zullen worden opgelegd als dit noodzakelijk wordt geacht.
Winning van delfstoffen
en infrastructuur
4.1.10 In het Beschermingsgebied zullen geen nieuwe exploitatie-installaties
voor olie- en gaswinning worden toegestaan.
Exploratieactiviteiten binnen het Beschermingsgebied zullen alleen
worden toegestaan als redelijkerwijs aannemelijk is dat de winning
van buiten het Beschermingsgebied kan plaatsvinden. Netto verlies
van natuurwaarden moet worden voorkomen en daarom zullen exploratieactiviteiten
aan ruimte en tijd worden gebonden. Waar nodig moet begeleidend
onderzoek worden uitgevoerd en moeten mitigerende en compenserende
maatregelen worden genomen.
4.1.11 Zandwinning in het Beschermingsgebied zal worden beperkt
tot het zand dat vrijkomt bij het uitdiepen en onderhouden van
de scheepvaartroutes. Dit zand kan, onder andere, voor de kustverdediging
worden gebruikt.
Ook bij zandwinning in het Samenwerkingsgebied buiten het Beschermingsgebied
zou maximaal gebruik moeten worden gemaakt van het zand dat bij
het onderhoud van de scheepvaartroutes vrijkomt. De winning moet
zó worden uitgevoerd dat de milieugevolgen tot een minimum
worden beperkt en dat blijvende of langdurige effecten worden
voorkomen en, als dit niet mogelijk is, worden gecompenseerd.
4.1.12 Vergunningen voor kleinschalige zandwinning blijven van
kracht. De kleinschalige winning van modder en zeewater voor medische
doeleinden blijft toegestaan.
4.1.13 Nieuwe vergunningen voor de aanleg van pijpleidingen voor
het transport van gas en olie zullen niet worden afgegeven, tenzij
zulke maatregelen om dwingende redenen van groot openbaar belang
noodzakelijk zijn en er geen alternatief kan worden gevonden.
In dat geval dienen de wijze van uitvoering en de planning van
het tracé van de pijpleiding zodanig te zijn dat het effect
op het Waddenecosysteem zo gering mogelijk is en dat blijvende
of langdurige negatieve gevolgen worden voorkomen. (Met verwijzing
naar 3.1.16).
4.1.14 Infrastructurele werken die nodig zijn voor de bevoorrading
van de eilanden en Halligen met onder andere gas, water, elektriciteit
of andere benodigdheden, zullen op zo'n manier worden uitgevoerd
dat de milieugevolgen voor de Waddenzee tot een minimum worden
beperkt en dat blijvende of langdurige effecten worden voorkomen.
(Met verwijzing naar 3.1.15).
Baggerspecie
4.1.15 De gevolgen van het storten van baggerspecie zullen worden
beperkt. Criteria zijn onder andere goede stortplaatsen en/of
de periodes waarin gestort mag worden. (Met verwijzing naar 6.1.3).
Mossel- en kokkelvisserij
4.1.16 De negatieve gevolgen van kokkelvisserij zijn beperkt doordat:
- Kokkelvisserij in het Duitse deel van het Beschermingsgebied
niet is toegestaan;
- Kokkelvisserij in het Deense deel van het Samenwerkingsgebied
niet is toegestaan, met uitzondering van enkele kleine gebieden
langs de scheepvaartroute naar Esbjerg en in de Ho-baai;
- Kokkelvisserij in het Nederlandse deel van het Samenwerkingsgebied
is toegestaan, maar wordt beperkt doordat aanzienlijke gebieden
permanent zijn gesloten. Er zijn additionele mogelijkheden om
voedsel voor vogels veilig te stellen. In samenwerking met de
visserijsector is een beheersplan operationeel, waarin bescherming
en toename van natuurlijke mosselbanken en Zostera-velden
centraal staan. (Identiek aan 9.1.3).
4.1.17 De negatieve gevolgen van mosselzaadvisserij worden beperkt
door permanente sluiting van aanzienlijke gebieden. Daarnaast
is het visserijbeheer gericht op de bescherming en bevordering
van de groei van, onder andere, mosselbanken en Zostera-velden.
(Identiek aan 9.1.4).
4.1.18 De mosselzaadvisserij zal, in principe, tot de permanent
onder water gelegen gebieden worden beperkt. Op basis van nationale
beheersplannen, zoals beschreven in het Progress Report, kan visserij
op droogvallende platen worden toegestaan. De visserijsector wordt
verzocht om informatie uit te wisselen over huidige praktijken
en om mogelijkheden te onderzoeken om gevolgen van de mosselvisserij
in het algemeen en mosselzaadvisserij in het bijzonder te minimaliseren.
(Identiek aan 9.1.5).
4.1.19 Het huidige areaal mosselcultures zal niet worden vergroot.
4.1.20 De huidige vergunning voor oestercultuur zal vanwege de
traditie van kracht blijven. Volgens deze vergunning komen de
ingevoerde oesters uit kwekerijen en staan ze onder veteri naire
controle. Nieuwe vergunningen zullen niet worden afgegeven.
Toerisme en recreatie
4.1.21 De recreatieve waarden van het Waddenzee zullen in stand
worden gehouden en hiervoor,
- zijn of zullen in de ecologisch meest kwetsbare gebieden speciale
zones worden afgebakend, waar geen recreatieve activiteiten, met
inbegrip van rondvaarten en pleziervaart, zijn toegestaan;
- zijn jetskiën, waterskiën en soortgelijke gemotoriseerde
activiteiten verboden of zullen worden verboden of worden beperkt
tot kleine aangewezen gebieden;
- zullen binnen het Beschermingsgebied geen nieuwe jachthavens
worden aangelegd. Uitbreiding van de huidige capaciteit zal alleen
binnen de overeengekomen niveaus worden toegestaan;
- wordt of zal windsurfen worden beperkt.
4.1.22 Snelheidsbeperkingen voor schepen zijn of zullen worden
ingesteld als dit nodig wordt geacht, rekening houdend met veiligheids-,
milieu- en recreatieve aspecten.
4.1.23 De negatieve effecten van luchtkussenvaartuigen, draagvleugelboten
en andere snelle vaartuigen worden geminimaliseerd door de volgende
maatregelen:
- in Nederland en Duitsland zijn luchtkussenvaartuigen en draagvleugelboten
verboden in het getijdegebied binnen het Beschermingsgebied; andere
nieuwe snelle boten worden niet toegelaten buiten de aangewezen
scheepvaartroutes.
- in Denemarken kunnen aanvragen voor nieuwe snelle vaartuigen
alleen worden ingewilligd op basis van een milieu-effect rapportage
en uitsluitend als dit niet in strijd is met de natuurbeschermingsdoelen
voor het gebied.
4.1.24 Er wordt naar gestreefd verstoringen door recreatie en
toerisme te verminderen door het invoeren en toepassen van informatiesystemen
en/of zonering in ruimte en tijd. (Met verwijzing naar 3.1.12
en 5.1.8).
| 4.2 Trilaterale projecten en acties |
4.2.1 Aanstelling van een trilaterale
groep van deskundigen die onder gezamenlijke verantwoor delijkheid
van bevoegde autoriteiten de mogelijke gevolgen van versnelde
stijging van de zeespie gel zal onderzoeken. Op basis van dit
onderzoek zullen voorstellen worden uitgewerkt voor toekomstig
integraal beleid voor kustverdediging en natuurbescherming. (Identiek
aan 3.2.1, 5.2.2 en 7.2.1).
4.2.2 Ontwikkeling van een strategie voor bescherming en uitbreiding
van Zostera en Sabellaria op basis van huidige en
nieuwe kennis, de oorzaken voor de afname van deze soorten zijn
nog niet volledig duidelijk.
4.2.3 Onderzoek naar mogelijkheden en voorwaarden om de groei
van natuurlijke mossel- en kokkelbanken, Sabellaria-riffen
en Zostera-velden te bevorderen.
4.2.4 Onderzoek naar de effecten van garnalenvisserij op de bodemfauna.
4.2.5 Studie naar de schelpproduktie in het totale systeem tot
op drie nautische mijlen aan de zeezijde van de eilanden. Op basis
hiervan zullen nieuwe quota voor duurzame schelpwinning worden
vastgesteld.
4.2.6 Uitnodiging aan de Permanente Nederlands-Duitse Grenswaterencommissie
om binnen haar mandaat voortgang te boeken bij het uitwerken van
een specifiek actieplan voor het Eems-Dollard-estuarium.
4.2.7 Een inventarisatie en evaluatie van de gangbare praktijk
in ieder land bij het baggeren van scheepvaartroutes.