6 Estuaria

De estuaria in de trilaterale samenwerking worden aan de landzijde begrensd door de gemiddelde brakwaterlijn en aan de zeezijde door de gemiddelde tien promille isohaline bij hoog water in de winter. De estuaria zijn dus de gebieden tussen de tien promille-grens, gerekend vanaf de zee tot de gemiddelde brakwaterlijn in de rivieren en, aan de landzijde van de rivieren, de gebieden buiten de zeedijken, of waar de zeedijk ontbreekt, de springtij-hoogwaterlijn, inclusief de aangrenzende vastelandgebieden die als wetland of Vogelrichtlijngebied zijn aangewezen.

Estuaria omvatten ook de riviermondingen met een natuurlijke wateruitwisseling met de Waddenzee. Dergelijke brakke gebieden behoren bij de overgangszone tussen rivier en getijdewateren. Het Samenwerkingsgebied kent vier van dergelijke estuaria met een `open ver binding' met de Waddenzee, namelijk de Varde Å in het Deense deel en de Elbe, de Weser en de Eems in het Duitse deel. In het Nederlandse deel zijn geen estuaria meer.



  Status

De estuaria maken deel uit van de trekroute van vissen zoals houting, zalm, forel en steur. Ze worden begrensd door kwelders waarvan grote delen gedomineerd worden door riet en zeebies, in plaats van zeepostelein en andere kweldersoorten. De uitvlokking van kleimineralen zorgt voor een modderige bodem met bodemfauna dat wordt gegeten door vogels als de kluut, tureluur en zwarte ruiter. De brakke kweldervegetatie produceert meer biomassa dan welke andere kwelder ook en trekt daardoor grote aantal eenden en ganzen die de planten en de zaden eten die in de herfst vrijkomen.

Brakke gebieden zijn belangrijke overstromingsgebieden. Veel van deze brakke kwelders zijn drooggelegd en verschillende riviermondingen (vooral de kleinere) hebben sluizen die de natuurlijke vermenging van zoet en zout water en het ontstaan van overgangszones verhinderen. In Nederland zijn initiatieven genomen om de sluizen zo aan te passen dat de zoet-zout gradiënten worden verbeterd.

De estuaria van de Elbe, Weser en Eems vormen de toegangsroutes naar de belangrijke Duitse havens. Het beheer van deze scheepvaartroutes is van algemeen belang en is wettelijk geregeld. De estuaria van de Elbe en de Weser behoren tot de meest geïndustrialiseerde gebieden ter wereld.
Het estuarium van de Varde Å heeft zijn morfologisch natuurlijke staat behouden, maar de huidige landbouwkundige exploitatie is wel zeer intensief.

 

  Doelen
   
  Bescherming van waardevolle delen van de estuaria.

Instandhouden en, voor zover mogelijk, herstellen van de rivieroevers in hun natuurlijke staat.

 

  Evaluatie

Het ecologisch belang van de Eems wordt, in vergelijking met de andere estuaria, hoog ingeschat door de goede kwaliteit van water en sediment. De situatie is de laatste tien jaar ver slechterd onder andere door het uitdiepen van de rivier en de daarmee samenhangende ecologische gevolgen. Ondanks steeds meer oeververdedigingswerken verkeren de oevers in een semi-natuurlijke staat met relatief extensief agrarisch gebruik.
De ontwikkeling van het Weser-estuarium voor de scheepvaart, het indijken van rivieroevers en de ontwikkeling van havens en industrie heeft geresulteerd in aanzienlijke morfologische en hydrologische veranderingen met grote gevolgen voor de oorspronkelijke flora en fauna. Een van de gevolgen is dat meer afzetting van slib plaatsvindt in het buitenste deel van het estuarium dan in de natuurlijke situatie. Ook is in het buitenste deel een wolk van afzettingsmateriaal te vinden.
Het uitbaggeren en indijken van de Elbe en de daarmee gepaard gaande ontwikkeling van industrieën en havens in het gebied hebben het ecologische systeem belangrijk veranderd. Er zijn nog maar heel weinig plekken in het estuarium die als natuurlijk of ongestoord kunnen worden aangemerkt. De resterende vooroevers worden beschermd door kunstmatige strekdammen en kunnen tot de semi-natuurlijke vooroevergebieden worden gerekend.
Het estuarium van de Varde Å is niet gereguleerd, daarentegen is de landbouw op kwelders en weilanden toegenomen.

 

  Hoe verder

Het beleid voor water, sediment en brakke kwelders is ook van toepassing op de relevante elementen in de estuaria.

In grote delen van de Duitse estuaria heeft het menselijk gebruik prioriteit. Scheepvaartroutes en havens moeten worden beheerd in overeenstemming met de doelen waarvoor ze zijn aangelegd. Het is niettemin noodzakelijk om de ecologische functies van de estuaria in stand te houden en te herstellen. Daarom wordt momenteel gewerkt aan een plan voor de Duitse estuaria om de mogelijkheden te onderzoeken voor bescherming van waardevolle delen en voor de in standhouding en het zoveel mogelijk in natuurlijke staat herstellen van de rivieroevers.
In het estuarium van de Varde Å wordt gestreefd naar extensivering van het huidige landbouwgebruik en er zijn initiatieven voor een herstelproject.

Beoordeling van de milieugevolgen van nieuwe activiteiten, compenserende en mitigerende maatregelen en herstelprojecten zijn centrale elementen bij beleid en beheer. Waar nodig moet actie worden ondernomen om waardevolle delen van estuaria die nog niet beschermd zijn onder bescherming te brengen.

Het sluisregime in sommige gebieden moet worden verbeterd om een regelmatiger afwatering van zoet water van het vasteland te krijgen en om betere kansen te creëren voor trekvissen.

  6.1 Trilateraal beleid en beheer

Het beleid voor belangrijke elementen van de estuaria, zoals het water, de zoute en brakke kwelders en de landelijke gebieden zijn respectievelijk in de hoofdstukken 2, 3, 8 en 9 geformu leerd. De relevante onderdelen van dit beleid zijn ook van toepassing op waardevolle delen van de estuaria. Het betreft hier in het bijzonder het storten van baggerspecie, de landbouw, het jagen, de visserij, de recreatie en energiewinning.
6.1.1 Uitbreidingen of aanzienlijke veranderingen van huidige haven- en industrievoorzieningen en nieuwe bouwwerken zullen op zo'n manier worden uitgevoerd dat de milieu-effecten tot een minimum worden beperkt en dat blijvende of langdurige effecten worden voorkomen en, als dit niet mogelijk is, worden gecompenseerd. In het Beschermingsgebied zijn geen nieuwe, nog goed te keuren plannen voor bouwwerken of voor de uitbreiding of aanzienlijke wijziging van bestaande haven- of industrievoorzieningen toegestaan, tenzij dit om dwingende redenen van groot openbaar belang noodzakelijk is en er geen alternatief kan worden gevonden. (Met verwijzing naar 4.1.5).

6.1.2 Het uitdiepen van scheepvaartroutes in de estuaria zal worden uitgevoerd in combinatie met het vaststellen van compenserende en mitigerende maatregelen.

6.1.3 De gevolgen van het storten van baggerspecie zullen worden beperkt. Criteria zijn onder andere goede stortplaatsen en/of de periodes waarin gestort mag worden. (Met verwijzing naar 4.1.15).

6.1.4 Waardevolle delen van de estuaria zullen worden beschermd en rivieroevers zullen, voor zover mogelijk, in natuurlijke staat worden hersteld of in stand gehouden.

6.1.5 Het overgangsgebied tussen zoet en zout water moet zo natuurlijk mogelijk zijn.

 

  6.2 Trilaterale projecten en acties

6.2.1 Een gezamenlijk rapport met de resultaten van inventarisaties naar waardevolle delen, inclusief rivieroevers, en over de wettelijke en/of administratieve bescherming van waardevolle gebieden in de estuaria. De resultaten zullen op trilateraal niveau worden besproken om bijvoor beeld de mogelijkheden voor herstelprojecten, inclusief het herstel van zoet-zoutgradiënten, te bepalen.

6.2.2 Resultaten van Nederlands onderzoek naar de beste plaatsen voor het herstel van estuariene zoet-zoutgradiënten(potentiële gebieden: Westerwoldsche Aa, IJsselmeer, Amstel meer, Lauwersmeer en polders) waar uitwisseling van zoet en zout water plaatsvindt (pompstations) zullen worden geëvalueerd, waarna aanvullende maatregelen zouden kunnen worden genomen.

6.2.3 In Neder-Saksen wordt een plan voor de Duitse estuaria uitgewerkt om de mogelijkheden te onderzoeken van bescherming van waardevolle gebieden en de instandhouding en, voor zover mogelijk, het herstel van rivieroevers in de natuurlijke staat.

6.2.4 Een trilaterale evaluatie van de resultaten van bovengenoemd onderzoek zal bij de verdere uitwerking van het Waddenzee Plan worden betrokken.

6.2.5 Een project zal worden opgezet om, in nauwe samenwerking met verantwoordelijke havenautoriteiten, te onderzoeken hoe de ontwikkelingen van havens en milieubescherming met elkaar in overeenstemming kunnen worden gebracht.

6.2.6 Evaluatie van het lopende project voor de herintroductie van de houting in Denemarken en Sleeswijk-Holstein. Verdere actie in andere rivieren van de Waddenzee zullen worden overwo gen.

6.2.7 Herstel van het estuarium van de Varde Å door extensivering van het agrarisch gebruik en het herstel van natuurlijke hydrologische omstandigheden