7 De kustwateren
De kustwateren strekken zich uit van
de 3-zeemijlslijn tot een denkbeeldige lijn die de buitenste punten
van de eilanden verbindt. De grens tussen de kustwateren en de
stranden op de eilanden wordt bepaald door de gemiddelde laagwaterlijn
(Verklaring van Leeuwarden, Bijlage I).
| Status |
De natuurlijke morfologie van de kustwateren
heeft een directe relatie met de natuurlijke dynamiek van het
getijdegebied en de stranden en duinen: er vindt een netto zandtransport
plaats van de Noordzee tot aan de 20-meter dieptelijn naar de
Waddenzee en dit transport wordt bepaald door de watercirculatie.
Het gebied is belangrijk voor foeragerende en ruiende eenden en
voor zeehonden en bruinvissen.
Er is weinig ervaring binnen de Trilaterale Waddenzee Samenwerking
met het beheer van de kustwateren.
Delen van de Duitse nationale parken liggen in het kustgebied.
Het gehele Deense kustwater dat bij het Samenwerkingsgebied hoort
heeft een beschermde status. In het deel van Slees wijk-Holstein
is het boren naar en winnen van gas en olie alleen toegestaan
in het conces siegebied van de Mittelplate.
In het Deense gebied is het vissen van andere schelpdieren dan
mosselen, kokkels en garnalen niet toegestaan. In de delen van
de Duitse kustwateren die tot de nationale parken behoren, is
zandwinning in principe niet toegestaan. En wat de kokkelvisserij
betreft bestaan geen plannen om hiervoor vergunningen te verlenen.
Verdere beperkingen zijn niet opgelegd aan menselijke activiteiten.
In Nederland maken de kustwateren deel uit van de zone tot de
20-meter dieptelijn die is aangeduid als milieuzone: een gebied
waaraan speciale bescherming wordt geboden om zo bij te dragen
aan de bescherming, het herstel en de ontwikkeling van de ecosystemen
van de Noordzee en Waddenzee.
| Doelen | |
|
Een grotere natuurlijke morfologie, onder
meer in de buitendelta's tussen de eilanden. Een goede voedselvoorraad voor vogels. Een levensvatbare stand en een natuurlijke reproductiecapaciteit van de gewone zeehond, grijze zeehond en de bruinvis. |
| Evaluatie |
Omdat de natuurlijke dynamiek van het
getijdegebied direct verband houdt met de kustverdediging van
het vasteland, de eilanden en de kustwateren, zouden beleidsmaatregelen
ten aanzien van toekomstige kustverdediging in principe gebaseerd
moeten zijn op deze wisselwerkingen, die tegenwoordig beter worden
begrepen en waarmee meer rekening wordt gehouden bij het kustbeheer.
Zandwinning is niet in alle gevallen geregeld op basis van het
belang van de kustwateren en met name het gebied tot aan de 20
meter dieptelijn voor de algehele zandbalans van de Waddenzee.
Bovendien zijn de kustwateren belangrijk voor vogels in tijden
van voedselschaarste. Het waarborgen van het voedselaanbod voor
(duik)vogels is nauw verbonden met de schelpdiervisse rij in het
gebied (d.w.z. Spisulavisserij). Op de Conferentie in Leeuwarden
werd daarom besloten tot een inventarisatie van het schelpdierenbestand
(bijvoorbeeld Spisula) en de invloed van de visserij op
de bodemfauna buiten de eilanden; afhankelijk van de uitslag zullen
de resultaten op trilateraal niveau worden besproken met het doel
om het voedselaanbod voor vogels te waarbor gen (Verklaring van
Leeuwarden § 54).
Bovendien werd besloten om binnen de nationale competenties de
mogelijkheden te onderzoeken van een gezamenlijk onderzoeksproject
naar de effecten van de garnalenvisserij (inclusief de industriële
garnalenvisserij) en de visserij op platvis op de bodemfauna,
met het doel om in 1997 trilaterale voorstellen te doen en, afhankelijk
van de resultaten van het onderzoek, nadere regelgeving te bestuderen,
waaronder de mogelijkheid om bepaalde delen van de Duitse en Nederlandse
Waddenzee te sluiten (Verklaring van Leeuwarden § 51).
Zoals gebleken is uit het onlangs afgesloten Gezamenlijke Trilaterale
Zeehonden Project brengen de gewone zeehonden een groot deel van
hun tijd door in een gebied tot 20 kilometer uit de kust. Bruinvissen
komen in grote aantallen voor in het aangrenzende kustwater van
de Noordzee, vooral in de winter en soms in de lente. Het kustwater
van Sleeswijk-Holstein dichtbij Sylt lijkt een belangrijk gebied
te zijn geworden voor het grootbrengen van bruinvisjongen.
| Hoe verder |
Vanwege de wisselwerking tussen hydrologische
en geomorfologische processen in de kustwateren, de duinen en
stranden, het getijdegebied en de kwelders moeten beleidsmaatregelen
om de natuurlijke dynamische situatie in deze habitats te vergroten
zorgvul dig op elkaar worden afgestemd.
Beleidsmaatregelen om het voedselaanbod van vogels te waarborgen
zijn voor het hele kustgebied noodzakelijk en zullen worden ontwikkeld
op basis van resultaten van lopende onder zoeksprojecten.
Het beheer van zeehonden in de kustwateren valt onder het Beschermings-
en Beheersplan voor Zeehonden in de Waddenzee 1996 - 2000. Dit
plan zal regelmatig worden aangepast en bijge steld.
Beleidsmaatregelen zullen worden geïnitieerd teneinde de
ontwikkeling in de richting van grote aantallen bruinvissen in
de kustwateren verder te stimuleren, vooral in de gebieden waar
jongen worden grootgebracht.
| 7.1 Trilateraal beleid en beheer |
7.1.1 Het toekomstige kustbeheer zal
in principe zijn gebaseerd op een integrale aanpak van de kustverdediging
op het vasteland, de eilanden en de kustwateren.
7.1.2 Er zal meer aandacht komen voor de rol van de kustwateren
bij de zandbalans van de hele Waddenzee.
7.1.3 Zandwinnig zal alleen in gebieden buiten het Samenwerkingsgebied
plaatsvinden. Ontheffingen ten behoeve van lokale kustbeschermingsmaatregelen
kunnen worden verleend onder de voorwaarde dat het de beste milieuveilige
handelswijze is voor de kustbescherming.
| 7.2 Trilaterale projecten en acties |
7.2.1 Aanstelling van een trilaterale
groep van deskundigen die onder gezamenlijke verantwoor delijkheid
van bevoegde autoriteiten de mogelijke gevolgen van versnelde
stijging van de zeespie gel zal onderzoeken. Op basis van dit
onderzoek zullen voorstellen worden uitgewerkt voor toekomstig
integraal beleid voor kustverdediging en natuurbescherming. (Identiek
aan 3.2.1, 4.2.1 en 5.2.2).
7.2.2 Onderzoek naar het schelpdierenbestand (o.a. Spisula)
en de invloed van visserij op de bodemfauna buiten de eilanden.
Afhankelijk van de uitkomsten bespreking van de resultaten op
trilateraal niveau met het doel om het voedselaanbod voor vogels
te waarborgen.