I. Integraal beheer
van de Waddenzee
| Het Waddenzeeplan |
1 Op de zesde Trilaterale Regeringsconferentie
in Esbjerg in 1991 werd besloten een beheersplan uit te werken
voor de Waddenzee van Den Helder tot Esbjerg om verder inhoud
te geven aan het gemeenschappelijke beschermingsbeleid. Op de
conferentie in Esbjerg en de daaropvolgende conferentie in 1994
in Leeuwarden werden de hoekstenen voor het Waddenzee Plan vastgelegd:
de afbakening van het Trilaterale Samenwerkings- en Beschermingsgebied,
het grondbeginsel, inclusief de beginselen voor beleid en beheer,
en de Doelen.
2 Een eerste vereiste is dat alle maatregelen,
activiteiten en gedragslijnen die in dit plan worden genoemd,
op een duurzame wijze worden gerealiseerd, zoals gedefinieerd
in het Verdrag inzake biologische diversiteit. De drie partijen
benadrukken dat deze definitie enerzijds inhoudt dat het gebruiken
van delen van de Waddenzee niet mag leiden tot het verminderen
op lange ter mijn van de biologische en ecologische diversiteit
en anderzijds dat natuurbescherming op lange termijn niet mag
leiden tot een achteruitgang van de sociaal-economische omstandigheden
voor de bewoners van het Samenwerkingsgebied.
Het belang van alle gebruikersgroepen binnen het Samenwerkingsgebied
moet op een juiste manier worden afgewogen tegen de algemene en
specifieke beschermingsdoelen. Voorkomen moet worden dat de plaatselijke
bevolking wordt benadeeld in haar traditionele belangen, die niet
strijdig zijn met de beschermingsdoelen.
3 De implementatie van het Plan zal
geen invloed hebben op de bescherming van de lokale bevolking
tegen de zee.
| Status |
4 Het Waddenzee Plan omvat beleid, maatregelen,
projecten en acties waarover de drie landen het eens zijn geworden.
Het plan is een raamwerk voor het totale Waddenzeebeheer en zal
met regelmatige tussenpozen worden bijgesteld. Het verklaart hoe
de drie landen zich het toekomstige gezamenlijke en geïntegreerde
beheer van het Samenwerkingsgebied voorstellen en omvat de projecten
en acties die moeten worden ondernomen om de Doelen te bereiken.
5 Het Waddenzee Plan werd ontwikkeld
in samenwerking met overheden en belangengroepen. Het Plan werd
voorbereid met financiële ondersteuning van de Europese Commissie.
6 Het Plan is een politieke akkoord (dat wil zeggen dat het een
document van gemeenschappelijk politiek belang is, dat echter
wettelijk niet bindend is). Het zal door de bevoegde autoriteiten
van de drie landen tezamen en afzonderlijk worden geïmplementeerd
op basis van bestaande wetgeving en met deelname van belangengroepen.
De implementatie van het Plan zal niet in strijd zijn met de wetgeving,
met name op het gebied van de scheepvaart, het beheer van scheepvaartroutes,
het havenbeheer, de rampenbeheersing, reddingsdiensten en andere
aspecten van interne en externe veiligheid.
| Begrenzing |
7 Het geografisch bereik van het Waddenzee
Plan is het Trilaterale Samenwerkingsgebied, kortweg het Samenwerkingsgebied.
Het omvat:
- het gebied aan de zeewaarts van de
hoogwaterkering of (waar de waterkering ontbreekt) de springvloedgrens,
en in de rivieren de brakwatergrens;
- het gebied tot drie zeemijl vanaf de basislijn;
- de vastelandsgebieden die vallen onder de Wetlands Conventie
en de EU Vogelrichtlijn;
- de eilanden.
Binnen het Trilaterale Samenwerkingsgebied
zijn de Trilaterale Beschermingsgebieden:
- in Nederland: het Planologisch Kernbeslissingsgebied
Waddenzee, tevens de Dollard omvattend;
- in Duitsland: de nationale parken in de Waddenzee en de beschermde
gebieden zeewaarts vanaf de hoogwaterkering en vanaf de brakwatergrens,
inclusief de Dollard, vallend onder de huidige Natuurbeschermingswetten;
- in Denemarken: het Fauna- en Natuurreservaat Waddenzee.
Een kaart van het Samenwerkingsgebied
en het Beschermingsgebied is opgenomen in Appendix I.
Erkend wordt dat er binnen het Samenwerkingsgebied gebieden zijn
waar het gebruik door mensen prioriteit heeft.
| Gemeenschappelijke beginselen |
8 Het grondbeginsel van het Trilaterale
Waddenzeebeleid is `het, voor zover mogelijk, verwezenlijken van
een natuurlijk en duurzaam ecosysteem, waarin natuurlijke processen
op ongestoorde wijze kunnen plaatsvinden' (Verklaring van Esbjerg
§ 1). Het beginsel is bedoeld voor de bescherming van het
getijdegebied, kwelders, stranden en duinen (Verklaring van Leeuwarden
§ 8).
Aanvullend zijn zeven beginselen aangenomen,
die essentieel zijn bij de besluitvorming met betrekking tot bescherming
en beheer in het Waddenzeegebied (Verklaring van Esbjerg §
3):
Voorkomen moet worden dat de lokale
bevolking onredelijk benadeeld wordt in haar belangen en het gebruik
dat ze van oudsher maakt van het Samenwerkingsgebied. Alle belangen
van gebruikers moeten op een eerlijke en onpartijdige manier worden
afgewogen tegen het bescher mingsdoel in het algemeen en van het
betreffende geval in het bijzonder.
| Doelen |
9 Het trilaterale beschermingsbeleid
en -beheer is gericht op het bereiken van het volledige scala
aan habitat-typen die tot een natuurlijke en dynamische Waddenzee
behoren. Elk van deze habitats vereist een bepaalde kwaliteit
(natuurlijke dynamiek, afwezigheid van verstoring en vervuiling),
die door een goede bescherming en aanpak kan worden bereikt. De
kwaliteit van de habitats zal in stand worden gehouden of worden
verbeterd door te werken aan het bereiken van Doelen die voor
zes habitat-typen zijn overeengekomen. Doelen met betrekking tot
de kwaliteit van water en sediment zijn op alle levensgemeenschappen
van toepassing. Voor vogels en zeezoogdieren zijn aanvullende
doelen opgesteld, evenals voor landschap en culturele aspecten.
| Zonering |
10 In een groot complex ecosysteem als
de Waddenzee is een gedifferentieërd beheer noodzakelijk
om een goed evenwicht te vinden tussen de implementatie van Doelen
en een duurzaam menselijk gebruik.
Op de Conferentie van Leeuwarden werd overeengekomen `zonering
als belangrijk beheersinstrument te erkennen en de noodzaak van
harmonisatie van dit en andere beheersinstrumenten in overweging
te nemen' (Verklaring van Leeuwarden § 18.5).
11 De drie landen die aan de Waddenzee grenzen hebben een verschillende
aanpak bij zonering.
Om de implementatie van Doelen in afzonderlijke delen van het
Samenwerkingsgebied te kunnen vergelijken, is een gemeenschappelijk
begrip noodzakelijk van de verschillende beschermingsregimes en
van de toepassingswijze in de drie landen. Om die reden zullen
de verschillende nationale beschermingsregimes worden vergeleken
en beoordeeld op basis van een gemeenschappelijk classificatiesysteem.
Op grond van deze beoordeling zal de noodzaak worden onderzocht
van harmonisatie van zonering in relatie tot andere instrumenten.
| Economische ontwikkeling en mogelijkheden |
12 Binnen de beperkingen van een passende
bescherming en natuurlijke ontwikkeling van de Waddenzee blijven
economische activiteiten mogelijk.
Landbouw, industrie, scheepvaart, visserij, toerisme en recreatie
zijn economisch belangrijk voor de Waddenzeeregio. Daarom moet
naar een harmonieus evenwicht worden gezocht tussen de behoeften
van maatschappij en ecologie. Dit zal gebeuren in samenwerking
met belangheb benden. Wat betreft de duurzame ontwikkeling van
het toerisme en het recreatief gebruik van de Waddenzeeregio zal
met de Interregionale Waddenzee Samenwerking een gemeenschappelijk
voorstel worden uitgewerkt voor een beleid dat de nadruk legt
op de ontwikkeling van communicatie en de betrokkenheid van belanghebbenden.
Dit beleid moet zijn gericht op het bijdragen aan het handhaven
van sociale structuren en de culturele identiteit van het gebied.
| Communicatie en informatie |
13 De Doelen vormen de kern
van dit plan. Om de Doelen - het beschermen van de hele verscheidenheid
aan habitat-typen in het Samenwerkingsgebied en een succesvolle
implementa tie van het Waddenzee Plan - te bereiken is actieve
ondersteuning van de betrokken overheden, belangengroepen en de
plaatselijke bevolking van groot belang.
14 Effectieve communicatie over dit
plan en over de Doelen is erg belangrijk. De mogelijkheden om
de deelname van het publiek te versterken en te verbeteren zullen
worden onderzocht. Ondanks de verantwoordelijkheid van bevoegde
overheden voor behoud en bescher ming van het Samenwerkingsgebied,
kan de actieve betrokkenheid van belanghebbenden (co-management)
op allerlei manieren bijdragen aan vele aspecten van de implementatie
van het Waddenzee Plan.
15 De volgende trilaterale projecten
en acties zullen worden ondernomen:
- Op nationaal niveau zullen de mogelijkheden
worden onderzocht om de kwaliteit van de publieke deelname te
versterken, onder andere door verschillende manieren van actieve
betrokkenheid van belanghebbenden (co-management).
- De resultaten van het Trilaterale
Monitoring- en Beoordelingsprogramma (TMAP) zullen beschikbaar
worden gesteld voor de betreffende overheden, belangengroepen
en lokale bewoners.
- De mogelijkheden voor een trilaterale
informatie- en communicatie site op Internet zullen worden onderzocht.
16 De bevoegde overheden zijn uitgenodigd
om het Gemeenschappelijke Waddenzee Secretariaat informatie te
geven over milieu-effect-rapportages in de Waddenzeeregio.
| Evaluatie en terugblik |
17 Ter voorbereiding van iedere Trilaterale
Waddenzee Regeringsconferentie zal de voortgang van de implementatie
van het trilaterale beleid en beheer en van projecten en acties
die voortkomen uit het Waddenzee Plan, worden geëvalueerd.
Dat gebeurt op basis van onder andere de Quality Status Reports
van de Waddenzee (QSR's), die voortkomen uit trilaterale monitoring-
en beoordelingsrapportages en andere relevante rapporten en ontwikkelingen
op nationaal en internationaal niveau.
Het Waddenzee Plan zal, indien nodig, worden aangepast naar aanleiding van de conclusies en aanbevelingen die uit het evaluatieproces naar voren komen.
| Structuur van het plan |
18 Dit document behandelt achtereenvolgens
alle categorieën, waarvoor tijdens de Conferentie van Leeuwarden
Doelen zijn vastgesteld:
Bij iedere categorie wordt een korte
omschrijving gegeven, gevolgd door de huidige status, de nauwkeurige
formulering van de relevante Doelen, een evaluatie en de volgende
stappen. Op basis hiervan zijn het trilaterale beleid en beheer
ontwikkeld en zijn voorstellen gedaan voor trilaterale projecten
en acties die noodzakelijk zijn voor implementatie van de Doelen.
Daarbij is rekening gehouden met de Verklaringen van Esbjerg en
Leeuwarden.
De maatregelen, projecten en acties
gelden over het algemeen alleen maar voor de betreffende habitat.
De hoofdstukken `Landschap en cultuur', `Water en sediment', `Vogels
en zeezoog dieren' betreffen meerdere habitats. Maatregelen, projecten
en acties die in deze hoofdstukken worden genoemd, zijn ook op
een of meer andere habitats van toepassing.
Er horen drie appendices bij het Plan.
Appendix I bevat thematische kaarten van het Samenwerkingsgebied.
Appendix II omvat een index van activiteiten en Appendix III is
een woor -denlijst.