Verklaring van Stade

Bijlage I:

Trilaterale
Waddeenzee Plan

Ministeriële Verklaring van de
Achtste Trilaterale Regeringsconferentie
over de Bescherming van de Waddenzee

Stade, 22 oktober 1997

 

Inleiding

   De Waddenzee: op weg naar het volgende millennium

1 De Waddenzee is een buitengewoon waardevol natuurgebied. Karakteristiek zijn de hoge biologische productiviteit en grote natuurlijke dynamiek. De Waddenzee is het grootste wetlands-gebied in Europa en het grootste aaneengesloten getijdegebied ter wereld.

2 De Waddenzee wordt al een paar duizend jaren bewoond. De eerste bewoners leefden voornamelijk van jacht en visvangst. Tegelijk met de permanente vestiging van mensen en de agrarische ontwikkeling werd landaanwinning een belangrijke activiteit. In de afgelopen eeuw en vooral sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog is de invloed van mensen toegenomen door groeiende technische mogelijkheden en economische kansen. De Waddenzee is een gebied waar mensen wonen, werken en recreëren.

3 Nog maar dertig jaar geleden bestonden er serieuze plannen om een groot deel van de Waddenzee voor agrarische doeleinden in te polderen. Tegenwoordig is algemeen aanvaard dat de Waddenzee een gebied is met unieke natuurwaarden, die de basis vormen voor het levensonderhoud van de lokale bevolking, toerisme, recreatie en andere activiteiten.

4 In het begin van de jaren zeventig werden nationaal en internationaal afspraken gemaakt om de chemische vervuiling van de zee tegen te gaan. Sindsdien heeft een grote omslag in het denken plaatsgevonden, die geresulteerd heeft in aanzienlijke verbeteringen van de kwaliteit van water en sediment.

5 Deze omslag in het denken begon al rond de eeuwwisseling door het pionierswerk van bezorgde burgers en maatschappelijke organisaties die beschermde vogelreservaten opzetten. Toch heeft het bijna zeventig jaar geduurd voordat de officiële erkenning van het belang van het gebied resulteerde in effectieve natuurbescherming. Nationale, regionale en lokale overheden en belangengroepen hebben daarin een belangrijke rol gespeeld, ook al zijn ze vaak bekritiseerd.

6 Bijna twintig jaar geleden kwam een proces op gang dat leidde tot bescherming en behoud van de hele Waddenzee met natuurreservaten en nationale parken en tot de totstandkoming en uitbreiding van de Trilaterale Waddenzee Samenwerking tussen Nederland, Duitsland en Denemarken. Parallel hieraan zijn delen van het gebied aangewezen als `Wetlands van internationale betekenis', Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden en als Man and Biosphere Reserves (MAB).

 

 

Internationale richtlijnen en overeenkomsten
(zie kaarten Appendix I)
Internationale richtlijnen en overeenkomsten
(zie kaarten Appendix I)

A. Juridisch bindende
EU-richtlijnen

1 De EU Vogelrichtlijn (richtlijn 79/409/EEC) heeft tot doel de bescherming van alle van nature in het grondgebied van de lidstaten voorkomende vogelsoorten. Volgens de Vogelrichtlijn moeten de lidstaten de meest geschikte gebieden voor de instandhouding van deze vogelsoorten, inclusief doorgangsgebieden voor trekvogels, aanwijzen als speciale beschermingszones. Het Nederlandse deel van het Beschermingsgebied1 is aangewezen als speciale beschermingszone op basis van de Vogelrichtlijn. In Duitsland, is het Neder-Saksische deel van het Beschermingsgebied aangewezen als speciale beschermingszone, evenals de eilanden Scharhörn en Neuwerk, en het Nationale Park Waddenzee in Sleeswijk-Holstein, alsmede vijf aan dit nationale park grenzende gebieden. De aanwijzing van het Nationale Park Waddenzee Hamburg is in voorbereiding. In Denemarken is het Deense deel van het Beschermingsgebied, met uitzondering van de vaarweg naar Esbjerg, de onbewoonde delen van de eilanden en de natte gebieden op het vaste land, aangewezen als speciale beschermingszones op basis van de Vogelrichtlijn.

2 De EU Habitatrichtlijn (richtlijn 92/43/EEC) heeft tot doel de bescherming van de natuurlijke habitat van flora en fauna in de lidstaten. In het kader van de Habitatrichtlijn zal onder de naam NATURA 2000 een samenhangend ecologisch netwerk worden opgericht. NATURA 2000 zal be staan uit speciale beschermingszones, aangewezen volgens de Habitatrichtlijn en de speciale beschermingszones op basis van de Vogelrichtlijn. De aanwijzing speciale beschermingszones zal de komende jaren plaatsvinden en grote delen van de Waddenzee zullen binnen NATURA 2000 vallen.

 B. Internationale
overeenkomsten en
programma's

3. De Overeenkomst inzake watergebieden van internationale betekenis in het bijzonder als verblijfplaats voor watervogels (Wetlands Conventie, 1971) is een mondiale overeenkomst voor de instandhouding van `wetlands'. Dat zijn ondiepe open wateren en alle gebieden die regelmatig of met tussenpozen door water worden bedekt of verzadigd. In het kader van de overeenkomst wijzen de verdragspartners `wetlands' van internationale betekenis aan. Grote delen van de Waddenzee zijn als wetlands aangewezen: het Nederlandse deel van het Beschermingsgebied is een wetland. In Duitsland bestaan de Waddenzee wetlands voornamelijk uit nationale parken en een aantal gebieden op de eilanden en het aangrenzende vasteland. In Denemarken bestaat het wetland-gebied uit het Beschermingsgebied, met uitzondering van de scheepvaartroute van de Noordzee naar Esbjerg en de haven van Esbjerg, de onbewoonde delen van de eilanden en de aangrenzende natte gebieden op het vasteland.

4. Man and Biosphere Reserves (MAB) zijn beschermde gebieden van typische land- en kustmilieus, die internationaal erkend zijn door het MAB-programma van de UNESCO als waardevol voor het behouden en leveren van wetenschappelijke kennis, technieken en waarden ter ondersteuning van duurzame economische ontwikkeling. De Duitse en Nederlandse delen van het Beschermingsgebied zijn aangewezen als Man and Biosphere reserves.

(1) 1 Het Beschermingsgebied omvat de trilaterale beschermingsgebieden zoals gedefinieerd in§10 van de Verklaring van Leeuwarden.

7 De Waddenzee maakt deel uit van een kustzee met veel wisselwerking met de Noordzee en het Noordwesteuropese vasteland. De kwaliteit van water, sediment en mariene habitats van de Waddenzee wordt in grote mate beïnvloed door de Noordzee en de activiteiten in het stroomgebied van de in zee uitmondende rivieren. De Waddenzee is een belangrijke kraamkamer voor Noordzeevis en voor sommige soorten zeezoogdieren. Om deze redenen was en is het trilaterale beleid en beheer met betrekking tot thema's als `vervuiling' en `de bescherming van soorten en habitats' nauw verbonden met ontwikkelingen binnen het raamwerk van de Noord zeeministersconferenties, de Verdragen van Oslo en Parijs, het daarop in 1992 volgende Verdrag inzake de bescherming van het marien milieu in het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan (OSPAR Verdrag), dat naar verwachting in de naaste toekomst geratifi ceerd zal worden, en van de Internationale Maritieme Organisatie (IMO).

8 Door deze nationale en internationale aanwijzingen en verdragen heeft de Waddenzee een uitgebreide en samenhangende beschermingsstatus gekregen. De beschermingspro gramma's en maatregelen die uit deze aanwijzingen voortvloeien, kunnen worden gezien als de start van de implementatie van de verplichtingen die volgen uit het Verdrag inzake biologische diversiteit en Agenda 21. Zij vormen ook de basis voor het huidige en toekomstige duurzame gebruik en de duurzame ontwikkeling van het Waddenzeegebied.

9 Tegenwoordig wordt vaak gezegd `dat we genoeg hebben gedaan voor de natuur' en zelfs dat de Waddenzee te veel wordt beschermd. De talrijke regels en regelingen hebben echter direct te maken met de vele claims die er zijn op het gebruik van de Waddenzee. Deze aanspraken zijn in een aantal gevallen zelfs nog serieuzer dan tien jaar geleden. Landaanwinning zal niet meer plaatsvinden en de vermindering van de vervuiling staat hoog op de politieke agenda. Maar er kunnen zeker meer conflicten worden verwacht over onder andere proefborin gen, gaswinning, windenergie, het uitdiepen van estuaria en de kustverdediging in verband met de zeespiegelstijging.

10 Daarnaast hebben we te maken met een systeem, waarin de gevolgen van ingrepen uit het verleden nog merkbaar zijn. Door landaanwinning is bijvoorbeeld de omvang van het gebied verkleind, waardoor het vermogen van het systeem om zich aan de versnelde stijging van de zeespiegel aan te passen ook verminderd is. De aanwezigheid van zwarte vlekken in de Waddenzee bij Neder-Saksen wijst op een ophoping van biomassa als gevolg van eutrofiëring. Ook het grote aantal bedreigde habitats en soorten die op rode lijsten voorkomen, moet worden verminderd om het volledige scala aan habitat-typen te krijgen die bij een natuurlijke en dynami sche Waddenzee behoren.

11 De Doelen die de kern van dit document vormen, weerspiegelen zowel de behoefte aan herstel van de natuurlijke waarden van het ecosysteem van de Waddenzee als de noodzaak om ook in de toekomst menselijke activiteiten in dit gebied toe te laten. De Doelen maken duidelijk dat een toename van natuurlijke en niet verstoorde habitats in de gehele Waddenzee een voor waarde is voor het herstel van het ecosysteem. De Doelen zijn zo geformuleerd dat ze een open einde hebben, ook al wordt de richting naar de gewenste situatie wel aangegeven. Dit betekent dat er onderhandelingsruimte is, zowel voor de gebruikers van het gebied als voor de natuurbeschermers.

12 Tegelijkertijd is het een primaire voorwaarde dat duurzame menselijke activiteiten in het gebied in de toekomst mogelijk blijven. Bij duurzame ontwikkeling moet ook rekening worden gehouden met de behoeften en verlangens van de bevolking, bijvoorbeeld wat betreft maatregelen voor de kustverdediging, het beheer van scheepvaartroutes, energievoorziening, landbouw, visserij, toerisme, infrastructuur en interne en externe veiligheid.

13 Bewoners, gebruikers, bezoekers en alle belanghebbenden van de Waddenzeeregio worden uitgenodigd ideeën en inbreng te leveren voor de implementatie van de Doelen.


   De gemeenschappelijke visie

14 De Doelen schetsen een gemeenschappelijke visie op de Waddenzee die het streven van de landen inhoudt naar: